Om de noord

RoutesNa de mijmerende vooruitblikken nu met een sprong, een aanzienlijke sprong inmiddels, in de tijd vooruit. Er liggen 5.000 bescheiden kilometers achter de Fuego en ik heb de zwaluwen twee maal Nederland zien binnenvliegen. Nu lokt mij een nieuwe ambitie. Ik neem de vrijheid eerstens dat bescheiden aantal verreden kilometers te expliciteren.

Een beetje fietser trapt er door de bank genomen op jaarbasis vlot 10.000 kilometer bij. Ook mijn jaar bestaat uit 12 maanden, maaarrr … De Fuego heeft hier in zeker mate de status van een oldtimer. Goed onderhouden, schoon en alleen mooi glimmend mag hij de weg op. Voor een wandeling hijs ik mij bij barre weersomstandigheden in een gore-tex-broek, maar de Fuego verlaat bij vergelijkende omstandigheden de huiskamer niet. Zo wordt er meer gefietst dan gesleuteld.

De ambitie dan. Twee maal heb ik vorig jaar de ronde om de zuid gereden (135 km), meerdere malen de Westfriese Omringdijk (120 km) en de langste tocht is een drie-provinciën-tour geweest van 155 km. Nu lonkt de noord: 212 km.

De Mondiaux-randonneurs-brevetten starten bij 200 km en klimmen naar 1000 km. Welnu, een onbegonnen onderneming zal de ronde om de noord niet zijn, maar voorafgaand aan het in een dagtocht omtrappen van een 1100 km² binnenzee, past enige ingetogenheid. Aan geloven gaat immers altijd het zien nog vooraf.

DijkhoekDe oriëntatie vangt aan. In de route springen, vanzelfsprekend, direct de twee dijken in het oog. Zowel de Houtrib- als de Afsluitdijk heb ik meerdere malen gefietst en vorderen, navenant, een deel van het moreel. Beider liggen min of meer haaks op elkaar en diagonaal op het noorden. Rechtsom fietsend bij een zuidelijke- en linksom bij een noordelijke wind, is het aantal Beaufort op beide dijken achterlijk te houden.

In het onderzoeken van de opties weegt ook het verschil in fietspadligging. Op de Afsluitdijk ligt het fietspad ten zuidoosten van de dijkkruin, terwijl deze op de Houtribdijk grotendeels aan de noordoostzijde gelegen is. Wind en strijklengte over het IJsselmeer zijn zo in het voor- of nadeel bepalend.

Beide dijken maken over de oostwal een 90° hoek. Het traject dat in Friesland en Flevoland afgelegd wordt, vormt in heel de ronde de langste afstand in globaal een en dezelfde richting: Overwegenswaardig bij wind van betekenis, zij het dat laten prevaleren van dit traject zich op een van de dijken zal wreken.

Diverse factoren tracht ik zo te wegen met als doel de meest ideale rijrichting bij de verschillende windhoeken te benaderen. Daarmee wordt de ronde geenszins een gereden race, maar zijn enkele hobbels bij vertrek mogelijk geslecht – wellicht louter psychologisch, maar aan het focussen op het doel draagt het zeker bij.

Velotechniek

Techniek, materiaalkennis, constructieleer; dit alles moet ons toch op enigerlei wijze hebben kunnen ontvoogden van de Rover Safety Bicycle uit 1885!? Viermaal nu stuitte ik op een relaas over een gesneuveld frame, waarbij een blogvolger eenmaal de vraag opwierp of ‘de zwakte niet als inherent aan het langgerekte frame van de ligfiets beschouwd moet worden‘. Dat het driehoekige diamantframe belasting overwegend axiaal trotseert en een ligfietsframe daarentegen vooral radiaal op de proef wordt gesteld, is evident, maar 130 jaar innovatie moet, parallel aan de ontwikkeling van megastructures en nanotechnologie, toch ook het nodige ten nutte van de vlakke velotechniek hebben opgebracht!?

Bij lichte mate van verwarring – binnen afzienbare tijd lig ik immers ook in de cockpit van een semi-lage racer en stellige overtuiging is aan de keuze daarvoor voorafgegaan, zoek ik naar de gemene deler.
In twee van de onderhavige incidenten betreft het een Challenge en tweemaal moet er een Optima Orca aan geloven. Jammerlijk is mij van de Challenge’s alleen de Fujin SL bekend, het andere heb ik van horen zeggen, zij het dat een framerestant daarvan in luttele seconden wel aan mijn ooghoeken voorbij is gegaan.

Gemeenschappelijk in de Orca-dossiers is dat de framebreuk pal voor het ingelaste bevestigingspunt voor de onderstuurinrichting heeft plaatsgevonden. Bestudering van foto’s doet mij vermoeden dat lasinbranding of lokale materiaalstructuur-verandering door verhitting als gevolg van het lassen heel wel als schakel in de ketting naar beider noodlot kan worden aangewezen.
Over de onfortuinlijke afloop van zijn Noordkaapreis verhaalt Walter in zijn journaal over de Fujin SL. Na van de geplande 12.000 km er 6.600 te hebben doortrapt, scheurt het frame van zijn stemmige donkergroene Challenge. En dat onder een zeer bescheiden bagagedruk van 18 kg. De ligger zelf woog “inclusief verlichting, pedalen, ventisitmatje, 35 mm banden, spatborden, spiegel, bagagedrager, de hele reutemeteut, 11,7 kg!”

Dat laatste verwoordt een generale vaststelling: Challenge trekt, net als Optima, het frame op uit aluminium. Voor achterbrug of -vork geldt dat, op een enkele maal van carbon na, ook. Hang daar de condities aan waaronder een langeafstandsligfiets gebukt moet gaan, en een en ander wordt in enigerlei mate denkbaar zo niet voorspelbaar.

Gedurende een proefrit geleek de Optima Baron, in stilstand, bij uitademing al lichtelijk naar een achteruitgang te neigen. Allicht, weerstandsverlaging is de bonus waarop nagenoeg alle liggers fietsen, maar als ‘fietsen horses for courses zijn‘, ben ik ter waarborg genegen de additionele 7 kilo Fuego, in de vorm van onder meer een dunwandig chroom-molybdeen-frame, met mij mee te trappen. Bezijden in hoedanigheid van gewicht maakt deze concessie van de onbepakte Fuego ook in wegligging een limousine.

Weinig malheur

Onderwijl reikt de langetermijnvoorspelling globaal tot aan de levering van mijn fiets, en vooralsnog wordt daarin geen barre periode voorzien. Vanuit overwegend zuidelijke hoek staat windkracht 3 genoteerd waarbij een afnemende neerslagkans wordt verwacht. Dat laatste is op dit ogenblik natuurlijk van eenzelfde waarde als een scheiding in een toupet bij een zware zuidwester, toch, in grote lijnen stemmen deze weercondities mij hoopvol.

Zeker, welgevallige winterdagen zijn na het inhalen van de Fuego welkom, maar bij voorkeur kar ik hem in een maidentrip eigenbenig naar huis. Met 100 strekkende kilometertjes geen onoverkomelijke tocht, evenwel bij 30 km/u altijd nog 3½ uur trapwerk richting ondergaande zon – om 16.29 uur. Dit alles in het goeddeels voor mij nog onontgonnen domein van het ligfietsen en de ligger zelf. Deze sensatie an sich schreeuwt wat mij betreft niet om een overvloed aan suppletoire horden. Een zeldzaam gematigd decemberdagje volstaat dan.

Nu, dit tableau heeft nog een bescheiden maar afgemeten omlijsting: Hetgeen weer gaat, zal eerst heen moeten gaan, 150 kilometer in dit geval. Bovendien wacht de laagligger voor het uitrijden nog een laatste fijnafstemming waarna er daadwerkelijk afgetrapt kan worden. Veronderstel dat de afreis om 13.00 uur los kan gaan, het eindpunt zal dan, eenmaal naderend, als een schaduwportret boven de zon uit oprijzen. Vooral de eerste uren zullen de mij minder bekende grote klappen worden gemaakt, mij ten voordele dus, maar daarnaast kan nog een weinig malheur worden geabsorbeerd.

De weervoorspelling voor de lange termijn is zodoende, tegen alle wijsheid in, thans mijn houvast. Vanzelfsprekend, een alternatief is gesmeed, maar een betere kennismaking dan een IJsselmeer-oversteek met de Fuego kan ik mij waarachtig niet indenken, of wil ik mij niet indenken. Ik zet in op een lekkere frisse decemberdag, een vriesdroog fietspad met een goudeerlijk winterzonnetje aan de einder, een koude neus en rode wangen bij het afstappen. Lang leve de feestmaand. Hoera, hoera, hoera!

Vonken onder het achterwiel

Zes zware, loodzware weken wachten mij. Het is 13 november en de zon heeft, bij 12°C, heel de dag aan een strak blauwe hemel gestaan. Een drietje, oostzuidoost, niet de meest gunstige wind, maar van welke waarde is dat naast een volmaakte najaarsdag als deze? En hé, we fietsen liggend – zouden we fietsen.

Een GPX-retourroute wacht op download en een kleine checklist is in Google Keep weggehangen. Handschoenen, sjaal en muts staan daarop ook genoteerd. Hoe genoeglijk stoof ik afgelopen zondag nog over de Nijeveense Bovenboer. Zó, nu, languit achterover op de Kawasaki-groene Fuego, richting haardstede. Ten laste van welk verheven tegoed moet vervulling van zulk een zucht dan toch gaan?

Vooralsnog moet ik mij zien te verzoenen met de tourtochten in het verschiet, en onderwijl deze zinnenstrelende nadagen aan de Fuego en mij voorbij zien gaan. Geduld betrachten is een tergende aangelegenheid, zo vertel ik u.

Maar is dit alles nu kommer en kwel? Geenszins! Van ver voor de horizon reikt de Nazca Fuego, in een lichtelijk gerekte schaduw, al tot aan mijn voeten. De Fuego is in geen enkel opzicht een compromis, maar, en vergeeft u mij in dezen het gebrekkig brevet van vermogen, de 8e hemel zelf. Deze kei van een fiets ligt als een rots op de weg, trotseert de branding van nagenoeg elk plaveisel en op de sensatie van het low-rijden is hoegenaamd niets ingeboet.

Het komt deze tweewieler toe op het peddelbal als laatste hoogstgeplaatste gast zijn entree te laten maken. Bovendien getuigt het nu eenmaal van waardigheidsbesef de chauffeur, voorafgaand aan de rit, even te laten wachten. Maar die ene zetel zal aan mij verblijven. En hoe mooi als gelijk vandaag het weer ons dan zal toelachen, zo nodig louter bleekjes zal glimlachen, maar mij de vonken onder het achterwiel vandaan huiswaarts zal laten trappen. Die dag, ik kan er nauwelijks nog op wachten.

Optima Baron

In de hardloopkleren de automobiel in, op naar Zaandam. De zondag des waarheids. Na enkele weken van bezinning is het erop of ernaast: Vandaag zal ik mijn eerste ligfietskilometers achter mij laten. Niet op een hoogleuner, maar een heuse laagligger, een semi-low racer zogezegd. Althans, daarop zette ik meer en meer mijn zinnen de voorbije weken. Fietsen is fietsen, liggen is liggen en ligfietsen dus lígfietsen.

Maar natuurlijk mag, na verscheidene proefronden, de aandoenlijke blauwe Taifun met de Baron mee, en de rode Rainbow Lyner tenslotte ook. De toertocht is immers mijn eerste kennismaking met het liggend trapwerk, en ik moet deze een kans geven mijn monomanie te doen doorbreken. We vertrekken; ik op de Baron.

Tilden de eerste krukslagen de sensatie bij aanvang al naar een stadium van volmaaktheid, nu, laag zoevend over het wegdek, zandkorrels scherend langs het gelaat en achterwielgeraas in de oren, stel ik de superioriteit vast van de ligtrapper. Parallel aan windkracht en -richting zwelt de barmhartigheid aan: Weer steek ik een briesende velomenner de loef af. Waar het voorheen de tegenwind zelf was, wordt in ene het voor de wind gáán laf. Akkoord, nu ga ik er dan ónderdoor. Ronduit vorstelijk.

Ik stal de Baron tegen de muur, en aan de Lyner deze dag het coda – met de overuren op de low racer dacht ik nader tot zijn onvolkomenheden te geraken. De Lyner rijdt zeer geriefelijk, rechter op, vele malen beter dan de vertimmerde draisine, maar het is een bovenligger. Dát blijf ik een gemiste kans vinden in de ligfietserij: Rolt de renner eenmaal horizontaal, waarom hem dan nog hoog in de wind blijven houden? Nee, de laagligger rijdt bepaald niet onberispelijk, zeker de spartaanse Baron niet, maar verzilvert wel alle ligvoordelen.

Nu, behoort de laagligger dan het archetype van soberheid te zijn? De Nazca Fuego heeft mij daarop ontkennend antwoord gegeven. Ik zie aanstonds uit naar mijn droomvlucht, daar in het Nijeveense. En als de Fuego mijn verwachtingen waar gaat maken, verheug ik mij erop volgend voorjaar de zwaluwen boven mij, prinsheerlijk liggend in mijn laagtrapper, Nederland weer te zullen zien binnengieren.